In Augustus 2000 kreeg ik via mijn website een e-mail van iemand die een OSI in zeer slechte staat te koop aanbood. Er zat geen motor meer in. Het kenteken was jaren geleden naar RDW opgestuurd. De prijs was fl 995,-. Of ik misschien nog liefhebber voor de OSI wist, om hem eventueel te restaureren. Bij de e-mail was een foto bijgevoegd met 2 auto's er op. Een AMC Javelin en een andere auto, waarvan ik echt niet kon zien wat voor een type het was. Dat moest dus de OSI zijn. De eigenaar had de auto al een jaar of 20. Hij had de OSI gekocht met de bedoeling om hem op te knappen. De eerst jaren heeft de auto netjes binnen gestaan, maar na een jaar of 5 wilde de eigenaar de schuur weer gebruiken. De OSI is toen in een nabij gelegen weiland gezet. Aangezien OSI's zeldzaam zijn en mijn nieuwsgierigheid geprikkeld was, ben ik een paar weken later gaan kijken.
Daar stond hij dan, met één dof oog probeerde hij nog de wereld in te kijken. Zijn eens zo trotse neus hing droevig naar beneden. De kracht was er uit. De bumper, die eens de voorkant van deze prachtige Grand Tourismo had gesierd, was eraf gevallen. Zijn hart, een 2.3 V6, was er uitgerukt. Zijn schoeisel was vergaan door de tand des tijds. Het skelet was broos geworden. Zijn huid had zijn glans verloren, was op verschillende plaatsen gerimpeld en gescheurd door de weersinvloeden van de afgelopen 15 jaar. Als ik goed keek, dan kon ik nog iets zien van de schoonheid die hij lang geleden bezeten moest hebben. Nu stond hij daar te wachten... ...te wachten, waarop? Meer als de helft van zijn leven had hij al met wachten doorgebracht. De hoop om nog eens over s'Neerlands wegen te zoeven was langzamerhand vervlogen. Alle wilskracht, die eens uit zijn houding sprak, was vergaan. Nu was hij moe, futloos, afgestompt door gebrek aan aandacht, liefde en verzorging. Het was vergane glorie.
Klik op de foto's om ze te vergroten
Er zaten onderdelen aan die ik graag zou willen hebben. OSI onderdelen liggen niet voor het oprapen en als je ze vindt dan vragen ze er flinke prijzen voor. Er zaten onderdelen bij, zoals de bumpers, die ik voor mijn eigen OSI kon gebruiken. De voorbumper was nog vrij gaaf, terwijl mijn bumper er meer uitziet als een golfplaat. Verder waren de chromen raamomlijstingen nog in goede conditie, waren alle ruiten aanwezig en lagen de wieldoppen in de auto. De onderhandeling over de prijs liep op niets uit. De persoon wilde niet veel zakken met de prijs. En een grote vraag was, hoe krijg ik die auto daar weg? Ik was bang dat als ik er met een lier aan zou trekken, dat ik de auto dan overmidden zou trekken. De koop ging dus niet door, maar ik hield de OSI wel in mijn achterhoofd.
Klik op de foto's om ze te vergroten
In Maart 2001 heb ik opnieuw kontakt gezocht en heb ik een hoger bod gedaan en de OSI gekocht. Ik wilde toch graag die onderdelen hebben. Eind Mei hebben we een afspraak gemaakt om de OSI op te halen. Mijn vrees dat de OSI in tweeën zou breken was niet ongegrond. De elektrische lier hebben we eerst om de voorwiel ophanging bevestigd, maar deze had helemaal geen stevigheid en trokken we er bijna onder vandaan. Daarna om de draagbeugel van de versnellingsbak. Dat ging vrij goed, maar we konden niet voorkomen dat de draagbeugel aan één kant los scheurde en dat het rechtervoorwiel stil bleef staan en het interieur in kwam. Maar uiteindelijk stond de OSI toch op de oprijwagen. Bij mijn werkplaats aangekomen heb ik hem er met een heftruck van afgehaald.
Klik op de foto's om ze te vergroten
Nu kon het slopen beginnen. Ik was bang dat alle bouten en moeren kompleet vastgeroest zouden zitten, maar wat schertst mijn verbazing? Ik kon ze met het grootst gemak losdraaien. De paar bouten en moeren die afgedraaid zijn, kon ik op één hand tellen. De voorkant van de OSI was rotter dan de achterkant. De voorstijl was kompleet weggerot. Dat was er de oorzaak van dat de neus naar beneden hing. De chassisbalken kon ik, net als een pinda, met de hand afpellen. Door een beetje te wrikken met het dak kon ik de voor- en achterruit er zo uitpakken. De achterruit was voorzien van achterruitverwarming, wat toenertijd een optie was. Hoe meer onderdelen ik van de carrosserie afsloopte, hoe verder deze inzakte. Op het laatst was ik genoodzaakt om hem doormidden te slijpen, omdat ik hem anders niet met de heftruck kon oppakken. Het aantal onderdelen dat van de OSI afkwam was boven verwachting. Ze hebben de nodige aandacht nodig, maar kunnen eenmaal weer gebruikt worden om een andere OSI op te sieren. Alleen de carrosserie, wat eens zo'n trotse Grand Tourismo was, daarvan is niets anders overgebleven dan... '...een zielig hoopje roest'.